Bouwbedrijf JP Leguijt te Krommenie bestaat in 2024 225 jaar.

De 18e eeuw

Een huis met erf én een werf op het Weyver

In turbulente tijden begint Piet Leguijt in 1799 met zijn timmerwerkplaats

Als de waterrijke Zaanstreek aan het begin van de 17e eeuw wordt ‘drooggemaakt’ en ingepolderd, ontstaat er een groot en uitgestrekt achterland in de nabijheid van Amsterdam, de stad die op dat moment het centrum van de wereldhandel vormt. Het nieuwe land in de Zaanstreek blijkt een vruchtbare bodem voor de handel, die in de jaren na de drooglegging onstuimig groeit. Vooral de Zaanse scheepvaart kent hoogtijdagen, men vaart vanaf de Zaanstreek volop uit voor de vangst van haring en walvissen. De rederijen, die gevormd worden door kooplieden en scheepsbouwers die in de Zaanstreek zijn gaan wonen, varen sommige jaren wel met tientallen schepen uit, naar de Zuiderzee, de Oostzee en zelfs Groenland. De Zaanse scheepsbouw floreert en dient in, wat toen nog de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was, als voorbeeld.

Aan het einde van de 18e eeuw waait er een revolutionaire geest over Europa. Adel en kerk wankelen, het volk wil meer macht. Er dienen zich donkere wolken aan boven de steeds minder druk bevaren wateren van de Zaanstreek. In deze onzekere tijd besluit Piet Leguijt het vizier op de toekomst te richten. Want de stilgevallen handel zorgt ervoor dat er werven in de omgeving beschikbaar komen. Piet koopt op 7 februari 1799 dan ook een ‘huys met erf’ én een werf die liggen ‘op het Weyver’, aan de rand van Krommenie. De scheepswerf die op het perceel staat, gebruikt hij als timmerwerkplaats.

Op 7 februari 1799 koopt Piet Leguijt een huys met erf én een werf op het Weyver. Hij heeft er vanaf mei 1799 de beschikking over. Uit de akten van notaris Alberti, Krommenie.